Voorstelling gemeente

Voorstelling gemeente

Elsegem, Moregem, Petegem, Wortegem en het grootste deel van het vroegere Ooike zijn vandaag samen Wortegem-Petegem.

Ongeveer 6.350 mensen wonen er op 4.401 hectare grond, gekneld tussen Oudenaarde, de linker Scheldeoever, West-Vlaanderen en de heuvelkam waartegen aan de overkant Kruishoutem aanleunt.

Een gemeente vol golvende, vruchtbare kouters waarvan ooit enkele honderden boerenfamilies leefden.
De komst van een paar bedrijven heeft die landelijkheid niet echt aangetast.

De gemeente Wortegem-Petegem wordt sterk beïnvloed door de aanwezigheid van de Schelde.
In de gerestaureerde ‘Abdij van Beaulieu’ in Petegem verhaalt zich een groots verleden in dezelfde tijdsgeest als van de Romaanse kerk van Petegem. Het 28 ha grote gemeentelijk domein de Ghellinck is een oud kasteelpark in Elsegem dat nu gebruikt wordt voor culturele en ontspannende activiteiten. Op amper enkele meters van de Scheldeoevers is de rust er uiterst genietbaar.
Een klim leidt naar de dorpen Moregem, Wortegem en Ooike in het typisch glooiende landschap van de Vlaamse Ardennen.
Het beschermde dorpsgezicht van Moregem en de geklasseerde kapel O.-L.-Vrouw ten Doorn zijn een inspiratie voor kunstenaars.
Grote landbouwbedrijven met hoogliggende akkers en glooiende kouters karakteriseren het dorpje Ooike.
Wortegem was tot lang na de Middeleeuwen dichtbebost.
Sedert de omvorming van grote bosgehelen tot landbouwgrond resten enkel nog de Oud-Moregem- en de Bouvelobossen.

Foto's : © Alexander Manhaeghe

-----top
Gemeente Elsegem
Wapenschild elsegem

Embleem (toegekend bij Koninklijk Besluit van 5 mei 1930)

van goud met een leeuw van keel genageld en getongd van lazuur, het schild getopt met een kroon met dertien paarlen, waarvan drie opgezet.

Wapenkundige en geschiedkundige aantekeningen

Elsegem werd in 1281 'Helseghem' - woning van de familie van Elsa - geschreven.

Deze parochie en heerlijkheid, in de kastelenij Oudenaarde, behoorde aan de familie van Aubremont toe.
In 1623 trad Anna d' Aubremont, dame van Elsegem, in het huwelijk met Pierre de Berghes-Saint-Winnoc.
Hun kleinzoon Jan Jozef, burggraaf van Berghes-Saint-Winnoc, verkocht in 1718 zijn heerlijkheid Elsegem aan Jan Baptist van Ghellinck, ridder van het Heilig Rijk.

Het klooster van Elsegem werd gesticht door Bernard Van den Bossche, heer van Brakele, alias Bernard van Brakele, zoon van Gilles, en gebouwd op een leen, ''t Goet te Baerse' of Wippelgem genaamd.
Het werd in 1782 door Jozef II gesloten.

In 1694 droeg het zegel van de parochie Elsegem het wapen der burggraven van Berghes-Saint-Winnoc : van goud met een leeuw van keel.
In 1764 was het zegel geblazoeneerd met het wapen van Ghellinck, te dien tijde eigenaar van de heerlijkheid.
Ghellinck voerde van goud met de dwarsbalk van lazuur, beladen met drie bezanten van het veld, overladen elk met een verkort kruisje van keel, de dwarsbalk vergezeld in het schildhoofd van twee toegewende leeuwenkoppen van sabel getongd van keel en, in de punt, van een luipaardkop van sabel getongd van keel.

Een concessie van 4 augustus 1818 van de Nederlandse regering kende aan Elsegem een nieuw wapen toe van lazuur met weefgetouw en spinnewiel, begeleid door twee klimmende leeuwen die in hun klauwen een bloemenruiker houden, het geheel geplaatst op een liggende leeuw, alles van goud.

Dit weinig geslaagd wapen werd vervangen bij Koninklijk Besluit van 5 mei 1930 dat aan Elsegem het wapen van Berghes-Saint-Winnoc terugschonk, wapen dat reeds op het schepenzegel van 1694 gegraveerd was.

-----top
Gemeente Moregem
Wapenschild moregem

Embleem (toegekend bij Koninklijk Besluit van 28 februari 1931)

van zilver met het kruis van lazuur, over alles heen een schild van zilver met drie vijfbladen van keel, het schild getopt met een kroon met zeven paarlen.

Wapenkundige en geschiedkundige aantekeningen

Moregem werd reeds vermeld in een keure van 967, onder de naam Moringhem, vervorming van 'Moringa-haim' - woonplaats in de moerassen.
Deze heerlijkheid, in de kasselrij Oudenaarde, droeg de titel van baronie.
Zij heeft lange tijd toebehoord aan het geslacht van Heurne en in de XVI° eeuw was zij afhankelijk van de familie van Ongnies.
Jeroom Adornes, heer van Nieuwenhove, erfde de domeinen van zijn neef, Frans van Ongnies.
Hij stierf ongehuwd in 1588 en het landgoed Moregem ging over naar het huis van Spiere.

Karel van Spiere, heer van Moregem, huwde met Livina van der Varent.
Hun zoon, Karel, ontvanger van de kasselrij Oudenaarde, had van zijn vrouw, Anna Delvael, vrouw van Steenbeke, een zoon Adriaan-Jozef, baron van Moregem, die huwde met Maria-Agnes Adornes.

Johanna-Maria van Spiere bracht Moregem als bruidschat aan Adrien Baillet, heer van Leeuwenburch en Cravenelde, die stierf in 1669.

Het landgoed Moregem ging over naar de familie van Hoobrouck, die deze heerlijkheid tot aan de Franse revolutie behield.

Jan Richardot (1540-1609) bezat belangrijke eigendommen te Moregem uit hoofde van zijn heerlijkheid Petegem.
Deze Bourgondiër huwde met Anna van Baillencourt, van wie hij een groot gezin had.
Hij was een behendig en opportunistisch diplomaat en onderhandelaar.
Hij werd ridder geslagen, had verschillende feodale domeinen verworven waarvan hij de titel droeg en werd voorzitter van de Privé-Raad der Nederlanden.

Het schepenzegel van Moregem, daterend van 1694, droeg het wapen der familie van Spiere van Moregem, namelijk van zilver met kruis van lazuur beladen met een zilveren schildje met drie vijflobbige bladeren van keel, het schild getopt met een antieke baronnenkroon en vergezeld van twee palmen.
Misschien zijn deze palmen een toespeling op het wapen van het huis Richardot, dat was van lazuur met twee palmen in schuinkruis met vier sterren in de hoeken, het geheel van goud ?

Het Koninklijk Besluit van 28 februari 1931 verleent aan de gemeente Moregem het schild van zilver met kruis van lazuur beladen met een schild van zilver met drie vijflobbige bladeren van keel, van het huis van Spiere, getopt met een kroon met zeven parels.

-----top
Gemeente Ooike
Wapenschild Ooike

Embleem (toegekend bij Koninklijk Besluit van 21 februari 1931)

van zilver met spitsgeruiten rechter schuinbalk van vijf stukken van keel.

Wapenkundige en geschiedkundige aantekeningen

Ooike (in 964 'Hoica') betekent 'kleine weide'.
Deze heerlijkheid in de kastelenij Oudenaarde was een erfleen van de familie Baronaige.
Volgens Sanderus behoorde zij gedurende korte tijd toe aan de familie Van der Meere, kwam terug aan de familie Baronaige en ging daarna aan het huis van Maerselaar.

De familie Maerselaar is afkomstig uit het leen waarvan zij de naam aannamen, dat gelegen was op het grondgebied van Malderen.
Jan van Maerselaar leeft in 1133.
Gertrude van Bouchout schonk hem Henri, vader van Donatus, grootvader van David en overgrootvader en Gilles, ridder van Maerselaar, wiens vrouw Prudence van Oyenbrugge hem zes kinderen schonk.
Frederik van Maerselaar, heer van Perk, Elewijt, Opdorp, Borre, Herseaux, Ooike, Saint-Aubert en Loxem (verschillende malen burgemeester van Brussel tussen 1623 en 1643) huwde op 17 april 1619 met Margaretha van Baronaige, dame (na het overlijden van haar broeder Guillaume) van Perk, Elewijt, Herseaux, Ooike en dochter van Jan, heer van voornoemde plaatsen.

De baronie Ooike ging vervolgens over aan de familie della Faille.
In 1770 huwde Maximilliaan della Faille met Theodora van Thiennes.

Het schepenzegel van de parochie en baronie van Ooike van het einde der XVIIe eeuw droeg het wapen van Maerselaar, d.i. van zilver met rechterschuinbalk van vijf stukken in spitsruitvorm van keel.
De rechterschuinbalk van vijf ruiten is een zeer verspreid blazoen in Brabant waar talrijke families het aangenomen hebben, namelijk de geslachten van den Berghe, Haasdonk, Hamme en Ophem.

Het schild van de familie Maerselaar werd aan de gemeente Ooike toegekend bij Koninklijk Besluit van 21 februari 1931 in vervanging van het wapen zonder historische betekenis (van lazuur met een pioen van goud). dat haar was toegekend in 1847.

-----top
Gemeente Petegem-bij-Oudenaarde
Wapenschild Petegem-bij-Oudenaarde

Embleem (toegekend bij Koninklijk Besluit van 20 december 1846)

gedwarsbalkt van keel en van goud uit zes stukken met schildhoek van hermelijn.

Wapenkundige en geschiedkundige aantekeningen

Petegem-bij-Oudenaarde werd in 864 'Pettinghem' geschreven.

Men neemt het bestaan van een Germaanse familienaam 'Petta' aan, die zou blijven leven zijn in de naam van de twee gemeenten 'Petegem', de ene gelegen bij Oudenaarde, de andere bij Deinze.

Petegem zou dus betekenen 'woning van Petta en van zijn maagschap'.

Petegem-bij-Oudenaarde is één der oudste Vlaamse localiteiten.
Een diploma geschonken door Karel de Kale in 864 bewijst dat deze burcht door de Frankische koningen van het tweede vorstenhuis werd bewoond.
Gwijde van Dampierre bouwde er een kasteel en zijn vrouw stichtte er de abdij van Sint Klara (Beaulieu genoemd), die tot het einde van de XVIIIe eeuw bleef bestaan.
De heren van Petegem waren 'bers' (of baronnen) van Vlaanderen tot in 1268.
Toen ging deze waardigheid over aan de familie Cisoing.
Petegem maakte met 32 andere dorpen deel uit van de kasselrij Oudenaarde en had een eigen gewoonterecht.
In een brief van Maria van Hongarije, Gouvernante der Nederlanden, werd voorgeschreven (1550) dat te Petegem de gewoonte van Oudenaarde zou toegepast worden.

De heer van Petegem voerde een gedwarsbalkt van keel en goud van zes stukken met eerste kwartier van hermelijn en hij riep 'Bevres'.
Jos Clemmen werd tot baron van Petegem verheven door patentbrieven van 18 november 1791.
Zijn wapen (van goud met golvende dwarsbalk van lazuur, vergezeld van drie mispelbloemen van keel) werd gegraveerd op het tegenzegel van de schepenraad van de parochie en de heerlijkheid Petegem.
In 1818 verleende de Nederlandse regering aan de gemeente een schild van lazuur met gouden kasteel.

Het Koninklijk Besluit van 20 december 1846 schonk haar opnieuw het gedwarsbalkte wapen met de schildhoek van hermelijn van de eerste heren van Petegem, gesproten uit het huis van Beveren.

-----top
Gemeente Wortegem
Wapenschild Wortegem

Embleem (toegekend bij Koninklijk Besluit van 29 oktober 1846)

van lazuur met gouden zonnebloem geplant op een rijzende grond van hetzelfde.

Wapenkundige en geschiedkundige aantekeningen

Wortegem is een zeer oude localiteit die tijdens de X° eeuw Wattringim werd genoemd.
Daar geen enkele persoonsnaam voor deze naam een verklaring geeft, neemt men aan dat het stamwoord een gemeen naamwoord is geweest : hetzij het Angel-Saksische 'Wroet' - plant, hetzij het Middelnederlands 'wrat' of 'wort', woorden die betekenen 'zwelling, wrat of puist'.
Het zou hier dus kunnen gaan om een grond met heuveltjes of glooiingen.

Het dorp maakte deel uit van de kasselrij Oudenaarde en behoorde op het eind van de XVII° eeuw aan de familie van Spiere, baronnen van Mooreghem, toe.
Adriaan-Jozef van Spiere, baron van Mooregem, die stierf in 1705, was gehuwd geweest met Maria-Agnès Adornes, van wie hij een dochter had, Maria-Petronella van Spiere, barones van Mooregem en vrouwe van Wortegem die huwde met Gaspard van Ennetières, heer van Laplaigne.

Het wapen van dit huis, van zilver met een kruis van lazuur en een schildje van zilver met drie vijfbladeren van keel, blazoeneerde het schepenzegel van Wortegem dat dagtekent van 1694.

Een zegel van 1789 draagt dezelfde emblemen.

Een wapen van lazuur met een geplante zonnebloem, het geheel van goud, werd aan Wortegem toegestaan op 4 augustus 1818 en bekrachtigd bij Koninklijk Besluit van 29 oktober 1846.

-----top
Gemeente Wortegem-Petegem
Wapenschild Wortegem-Petegem

Embleem (toegekend bij Ministerieel Besluit van 1 juli 1986)

in zilver een kruis van lazuur ; hartschild : in zilver drie vijfbladen van keel, doorboord van het veld ; het schild getopt met een kroon met zeven parels van goud.

 

-----top